Wandtapijten ontrafeld

Dinsdag 11 juni, 20.00 uur, Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp
Wandtapijten ontrafeld, warm, fabelachtig en prestigieus
Lezing door kunsthistorica Sophie Tutelaers

Wandtapijten… direct sluipt het synoniem gobelin in uw hoofd, maar hoe zit dat? En is het tapijt van Bayeux eigenlijk wel een tapijt? De hoogtijdagen voor wandtapijten waren de 14e en de 18e eeuw. Op prestigieuze plekken, zoals kastelen, landhuizen en kerken

Envers de la pièce 2, scène 27 de la tenture de l'Apocalypse

vervullen de tapijten allereerst een praktische rol: ze hielden de koude en vaak tochtige huizen warm. Maar zoals dat vaker gaat met een prachtig kunstnijverheidsobject, ook het wandtapijt werd een prestige object. Toen de hertog van Alva zich realiseerde dat hij een origineel werk van Jeroen Bosch niet kon verwerven, liet hij een wandtapijt maken als kopie. De tapijten waren een teken van goede smaak, vreselijk duur, immers gemaakt van zijde, wol, zilver- en gouddraad, maar bovenal ook handzaam.

De hooggeplaatste adel had vaak een ambulant hof en zo werd ieder vreemd kasteel een echt “thuis” en kon de heer direct zijn rijkdom etaleren. De hertog van Bourgondië Karel de Stoute maakte het zelfs zo bont dat hij tijdens zijn laatste veldtocht een fabelachtig tapijt meenam. Een pronkstuk van de latere oorlogsbuit.

De laatste jaren beleeft het wandtapijt wederopstanding. Grayson Perry’s werken geven een direct, vaak zelfs wrang beeld van onze tijd. De symboliek die aan een wandtapijt kleeft,  zorgt ervoor dat het voor het verhaal van deze kunstenaar een zeer effectief medium is. Verschillende andere hedendaagse kunstenaars zoeken deze frictie van autonoom werk en ambachtelijk werkstuk de laatste tijd op. Ga mee op een reis door de kunstgeschiedenis langs magische tapijten.

 

Sophie Tutelaers (1977) studeerde Kunstgeschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen. Deze studie sloot ze af met een materiaal-technische studie naar schilderijen, tekeningen en aquarellen van Vincent van Gogh in de collectie van het Kröller-Müller Museum. Na het behalen van haar eerstegraads onderwijsbevoegdheid aan de Radboud Universiteit van Nijmegen geeft Sophie cursussen kunst- en architectuur­geschiedenis, lezingen rond kunsthistorische onderwerpen en begeleidt ze excursies in verschillende musea. Sinds 2013 verzorgt zij lezingen in het Noordbrabants Museum bij grote tentoonstellingen, zoals Hieronymus Bosch.

 

 


Anton de Kom

Foto boven: wandschildering Hedy Tjin

Dinsdag 14 mei 2024, 20.00 uur
Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp
Lezing door Garrelt Verhoeven en Paul Day

Lezing naar aanleiding van de tentoonstelling 'Strijden ga ik, Anton de Kom en de Surinaamse Studenten Unie' in de Lakenhal, Leiden.

Manifest in roofdruk. Anton de Kom en Surinaamse Studenten Unie in Leiden

In deze lezing vertellen oud-lid van de Surinaamse Studenten Unie Paul Day en boekhistoricus Garrelt Verhoeven (Universitaire Bibliotheken Leiden) het verhaal over de bijzondere rol die Leiden speelde in de herwaardering van Anton de Kom. In 1934 publiceerde De Kom zijn antikoloniale manifest Wij slaven van Suriname (Amsterdam, uitgeverij Contact, 1934), een uitermate belangwekkend boek in de Surinaamse vrijheidsstrijd. Een jaar eerder was De Kom door het koloniale bestuur in Suriname het land uitgezet en vertrok hij met zijn gezin naar Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog sloot De Kom zich aan bij het verzet en zette hier zijn strijd tegen onrecht voort. In 1944 werd hij gearresteerd en opgesloten in het Scheveningse Oranjehotel en later overgeplaatst naar kamp Vught. Op 24 april 1945, luttele weken voor het kamp werd bevrijd, overleed De Kom in Kamp Sandbostel in Duitsland.

Anton de Kom behoort nu tot de Canon van de Nederlandse Geschiedenis en speelt ook een grote rol in dit herdenkingsjaar van het Nederlands slavernijverleden. De kiem voor de herwaardering van Anton de Kom werd gelegd in het Leiden van de jaren ’60 van de vorige eeuw, waar veel Surinaamse studenten kwamen studeren aan de Leidse Universiteit. Zij verenigden zich in de Surinaamse Studenten Vereniging, waaruit enkele jaren laten de Surinaamse Studenten Unie voortkwam.

Anton de Kom gefotografeerd door zijn vriend, ontwerper Piet Zwart.

Zij ontdekten het meesterwerk van De Kom in de Universiteitsbibliotheek aan het Rapenburg in Leiden, en besloten om het boek opnieuw uit te geven. In deze lezing vertellen Verhoeven en Day over de SSU, de ontdekking van Wij slaven van Suriname en de bijzondere manier waarop zij het boek opnieuw publiceerden en over het blijvende belang van De Kom in de Surinaamse en Nederlandse geschiedenis. De lezing met een presentatie in PowerPoint sluit aan bij de gelijknamige tentoonstelling die momenteel (tot begin juli) in Museum De Lakenhal in Leiden te zien is.

Zie ook een kort filmpje over de expo met Garrelt Verhoeven en Paul Day: https://www.youtube.com/watch?app=desktop&v=R-D5X2v3LlY

 


Frans Hals

Dinsdag 12 maart 2024, 20.00 uur 
Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp
Lezing door Krzysztof Dobrowolski-Onclin

Frans Hals, synoniem van de rake, losse toets en de gulle lach

Eigenlijk behoeft Frans Hals weinig introductie. Hij liet een groot oeuvre na, zijn werk is in vooraanstaande Nederlandse collecties te vinden en hij stond op het biljet van tien gulden. De meeste mensen denken bij de naam Frans Hals bovendien al snel aan zijn stijl: losse streken met het penseel en rozige, lachende gezichten.

Frans Hals werd in 1582 geboren in Antwerpen, maar na de val van de stad voor de koningsgezinde troepen, kwam het gezin in Haarlem. Daar werd Frans Hals in 1610 lid van het gilde en specialiseerde zich in portretten. Voor Haarlemse schutterijen maakte hij meerdere groepsportretten, maar hij schilderde ook regenten, echtelieden en anonieme mensen (zgn. tronies). Toen hij in 1666 overleed, was hij een bekende man. Hij had met zijn stijl meerdere collega’s beïnvloed en zelfs postuum zou zijn roem een lang leven beschoren zijn. De losse schilderstijl en de soms ongedwongen composities vielen namelijk in de smaak bij de negentiende-eeuwse impressionisten.

Het Rijksmuseum toont tussen 16 februari en 9 juni zo’n 50 werken van Frans Hals, waarvan het grootste deel bruiklenen uit andere collecties zijn. In deze lezing leidt Krzysztof Dobrowolski-Onclin het leven en het oeuvre van Frans Hals bij u in en haalt ook schilderijen aan die niet op de tentoonstelling hangen. Bovendien laat hij werk zien van Hals’ collega’s, zoals Adriaen Brouwer, Judith Leyster en Johannes Verspronck.

 

Krzysztof Dobrowolski-Onclin is cum laude afgestudeerd in de kunstgeschiedenis en Franse letterkunde en heeft aan de universiteiten van Amsterdam, Parijs en Krakau gestudeerd. Sinds 2006 geeft hij cursussen en lezingen over kunstgeschiedenis zonder zich tot een specialisme of een onderwerp te beperken. Hij is vrijwilliger bij het COC Amsterdam en werd in 2019 benoemd tot Lid in de Orde van Oranje-Nassau.

 


De oorsprong van het westerse theater

Dinsdag 9 januari 2024, 20.00 uur
Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp
Lezing door Bart Vieveen

De oorsprong van het westerse theater

 

We weten niet precies wanneer, maar wel waar we de eerste vormen van westers theater kunnen situeren. Uit het oude Griekenland komt de term  ‘theatron’,  wat letterlijk ‘plaats om te kijken’ betekent. Bij theater gaat het om het vertolken van fictieve personages door een groep mensen, terwijl een andere groep toekijkt. Volgens Aristoteles (384-322 v.Chr.) ontstaat vanuit de religieuze rituele Dionysos-verering een theatertraditie die nog steeds doorklinkt in het moderne toneel.

In deze geïllustreerde lezing neemt Bart Vieveen u mee naar de wereld van de oude Grieken en Romeinen waarin de eerste bloedstollende tragedies geschreven werden, die tot op de dag van vandaag nog steeds met veel succes worden opgevoerd. We gaan terug in de tijd naar de eerste opvoeringen van de Oresteia van Aischylos, Antigone en de Oedipus-drama’s van Sophokles en Medea van Euripides  in het Dionysostheater aan de voet van de Akropolis in Athene. Daarnaast bekijken we ook hoe moderne theatermakers deze teksten op volledig eigen manier vormgeven.

 

Bart Vieveen studeerde Nederlands en Theaterwetenschap aan de Leidse Universiteit en promoveerde in 2019 in de literatuur- film en theaterwetenschap met de dissertatie De ontvoogding van de tragische held. Hij werkte bij het RO-theater en was rector/bestuurder van het Stedelijk Gymnasium Leiden. Sinds 2021 is hij freelance auteur, regisseur en dramaturg en geeft lezingen en colleges op het gebied van literatuur en theater.

 

 

foto bovenaan tekst: Dionysos collectie RMO
foto in tekst: Antigone en Polyneikos in Sophokles Antigone

 

 

 


Juwelen schitteren aan het hof van de tsaren

Dinsdag 14 november 2023, 20.00 uur, Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp
Lezing door kunsthistorica Karin Braamhorst

'Juwelen schitteren aan het hof van de tsaren'

Diamonds are a girl’s best friend - dat gold zeker in Russische hofkringen in de negentiende en vroeg  twintigste eeuw en niet alleen voor vrouwen. In tsaristisch Rusland konden ze er niet genoeg van krijgen.

Tijdens de lezing is er veel aandacht voor de fabelachtige collectie juwelen van museum De Hermitage in Sint-Petersburg. Een indrukwekkende verzameling die in de loop der eeuwen is uitgegroeid tot een heuse schatkamer met duizenden kostbaarheden. Daaronder zijn talloze persoonlijke bezittingen van de flamboyante, machtige tsarina’s zoals Elisabeth, Catharina de Grote en latere modebewuste tsarina’s. Een van de topstukken is het bloemenboeket van edelstenen (1740–50): een broche van tsarina Elisabeth met ruim 400 briljanten en meer dan 450 roosgeslepen diamanten, plus blauwe en gele saffieren, robijnen, topazen en smaragden. 

Catharina de Grote bezat een persoonlijke juwelenkist, een onwaarschijnlijk rijk meesterwerk, drie kilo  zwaar en bezaaid met bijna 400 kleurrijke edelstenen. Ook Anna Pavlovna (Paulowna), de ‘Nederlandse’ Romanov, koningin der Nederlanden tussen 1840 en 1849 bezat de nodige juwelen. Naast de Romanovs waren er ook andere schatrijke adellijke families uit de negentiende en vroege twintigste eeuw zoals de vorsten Joesoepov.  Samen waren zij bepalend voor de (inter)nationale modetrends en zetten ze de fameuze juwelenhuizen - Cartier, Lalique, Tiffany en natuurlijk hofleverancier Fabergé - nog zichtbaarder op de kaart.

 

Kunsthistorica Karin Braamhorst begeeft zich op de meest uiteenlopende terreinen van de kunstgeschiedenis. Zij geeft lezingen, cursussen, rondleidingen, begeleidt reizen en schrijft boeken. Het liefst ontwikkelt zij innovatieve ideeën, die zij zorgvuldig uitwerkt tot concrete projecten. Zij vertelt verhalen van schoonheid en troost. Als kunsthistorica onderzoekt zij al jaren prachtige beelden en verhalen van kunstenaars uit alle tijden. ‘Kunst gaat over ons. Altijd.’ 

 

 


Hendrick de Keyser Monumenten

Dinsdag 10 oktober 2023, 20.00 uur, Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp
Lezing door Valentijn Carbo
500 jaar woongeschiedenis: de huizen van Hendrick de Keyser Monumenten 

De Vereniging Hendrick de Keyser, vernoemd naar de beroemde 17de-eeuwse Amsterdamse stadsbouwmeester Hendrick de Keyser heeft als oogmerk het behouden van historisch waardevolle huizen in heel Nederland. Na meer dan 100 jaar verzamelen heeft `Hendrick de Keyser’ meer dan 450 panden in bezit. Van renaissance tot art deco, van Abraham van der Hart tot Rietveld. Met deze bijzondere collectie huizen als leidraad neemt Valentijn Carbo u mee door de ontwikkeling van het huis in Nederland, van de late middeleeuwen tot het doorsnee rijtjeshuis. De huizen van de Hendrick de Keyser lenen zich hier bij uitstek voor en vertellen tezamen dit verhaal, waarbij verschillende thema’s aan bod komen zoals bouwstructuur, huisindeling en ruimtegebruik.

Valentijn Carbo studeerde architectuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht met als specialisatie historische binnenruimtes. Hij was twee jaar conservator bij Museum van Loon in Amsterdam en sinds 2016 als onderzoeker verbonden aan Hendrick de Keyser Monumenten. Daarnaast is hij één van de presentatoren van het KRO-NCRV programma BinnensteBuiten en tevens voorzitter van de Stichting het Nederlandse Interieur. Foto: Marjon Lukje

Afbeelding: Herengracht 284, Amsterdam. Huis van Brienen. Foto: Pauline Dorhout

 


Beeldhouwer Frans de Wit, 13 juni 2023

Dinsdag 13 juni 2023, 20.00 uur
Lezing over Frans de Wit, beeldhouwer (1942 - 2004)  door Elsje Drewes
Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp

'Ondanks het gewicht maken mijn beelden zich los van alles'

De Leidse beeldhouwer Frans de Wit schiep op 39 plekken in Nederland beelden die in het landschap en het (onder)bewustzijn zijn verankerd, zoals ‘De Klimwand en Dubbele schijf met trap in grofpuinheuvel’ (1986-1992) in Spaarnwoude. Dit beeld is beroemd geworden als ‘de trap van Van Kooten en De Bie’ omdat het als achtergrond figureert in de leader van hun tv-programma Krasse knarren.

Daarna krijgt De Wit de opdracht om in Rotterdam het laagste punt van Nederland te markeren. Dat doet hij met ‘Vierkant eiland in de plas’ (1993-1996) waarop een gigantische schaal rust, die hij met een zelfgemaakte ‘meedogenloze schraper’ in beton vormt.

Als De Wit in 1995 tijdens een interview oppert ‘er zou bij de ingang van Leiden iets monumentaals moeten komen’, weet hij nog niet dat hij het jaar daarna de opdracht krijgt voor een beeldengroep bij Museum Naturalis. Precies daar waar het verkeer de stad in- en uitrijdt plaatst hij ‘Vijf beelden op één kromme’ (1996-2002) waarvoor hij 200 ton scheepsschroot verwerkt. ‘Dat is veel hoor’ vertelt hij daar zelf over, ‘zoiets leer je niet in een paar jaar op de kunstacademie. Daar komen ook ervaring, studie en onderzoek bij kijken.’ Het is het laatste megaproject dat de beeldhouwer uitvoert.

Zeer terecht is in 2020 door de stad Leiden een schijnwerper op het oeuvre van de Leidse beeldhouwer gezet met Beeldentuin Frans de Wit in het Ankerpark, (ontwerp beeldentuin Frans Schrofer). Zie ook afbeelding in de balk hierboven. Foto Elsje Drewes.

Tijdens de lezing gaat u horen en zien hoe Frans de Wit zijn interesses en mogelijkheden volgt en uitgroeit tot een van de belangrijke twintigste-eeuwse Nederlandse beeldhouwers. U hoort hoe zijn vrije werk in relatie staat tot de monumentale beelden, hoe hij bergwanden afgiet, hoe hij machines uitvindt om zijn doel te bereiken en hoe hij 200 ton staal verwerkt om een beeld te maken. Naast ervaring, studie en onderzoek is daar ook bevlogenheid, visie, vakmanschap en een wel haast onbedwingbaar doorzettingsvermogen voor nodig.

 

Elsje Drewes (1967) is kunsthistoricus en 1e graads docent. Zij is auteur van de monografieën Frans de Wit Landmarks (Primavera Pers) en Willem Schrofer Non Conformist (Walburgpers) en de tentoonstellingscatalogi Nachtboek, Ber Mengels en Hannie Bal. Een nieuw boek over Willem Schrofer is in voorbereiding in samenwerking met auteur Michiel Morel.

Drewes is eigenaar van Buro Tijdbeeld, geeft lezingen, rondleidingen en lessen in Kunstmuseum Den Haag en Fotomuseum Den Haag en is educator bij Museum Bredius. Daarvoor werkte zij bij Galerie de Expeditie in Amsterdam en vertegenwoordigde daar onder anderen Ger van Elk, Peter Struycken en Fransje Killaars.

 

Tekst bij foto: Frans de Wit, Detail van Vierkant Eiland in de plas, Prinsenland Rotterdam 1993-1996,
foto Elsje Drewes

 


David Bailly, Vanitas, 9 mei 2023

Dinsdag 9 mei 2023, 20.00 uur
Lezing over David Bailly, het verrassende verhaal van Vanitas' door Haro Schultz van Haegen
Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp

In Museum de Lakenhal is van 10 maart tot 2 juli 2023 een tentoonstelling te zien over de zeventiende-eeuwse Leidse schilder David Bailly, zijn oeuvre en vooral de belangrijke plaats van de Vanitas daarin, een schilderij over vergankelijkheid. Talloze keren stond Haro Schultz van Haegen voor dit bijzondere schilderij. De zeventiende-eeuwse kunstenaar laat hem niet los. Hij reist hem na, begint zijn werk te verzamelen, en leest over alle denkers, schrijvers en kunstenaars waarmee Bailly zich omringde, om uiteindelijk de essentie van de Vanitas te doorgronden. Steeds helderder wordt dat Bailly een belangrijke boodschap brengt, een die er vandaag, misschien wel meer dan ooit, toe doet.

Haro Schultz van Haegen schreef hierover een boek, dat in maart 2023 verschijnt, met als titel
'In your face, de vooruitziende blik van David Bailly'.

Haro Schultz van Haegen is jurist en bestuurder bij bedrijven en organisaties. Daarnaast is hij verzamelaar van vroege zeventiende-eeuwse en hedendaagse kunst. Hij is al lang betrokken bij Museum de Lakenhal als bestuurder.

 


Beeldbepalend, Leidse architecten Mulder en Buurman, 8 november 2022

Beeldbepalend
Leven en werk van de Leidse architecten W.C. Mulder en B. Buurman
Lezing door historicus Cor Smit op dinsdag 8 november 2022 om 20.00 uur

Je ontkomt er in Leiden eigenlijk niet aan. In vrijwel alle delen van de stad die vóór 1920 gebouwd zijn, vind je panden die ontworpen zijn door de architect W.C. Mulder (1850-1920). In de kleine vijftig jaar (vanaf 1872) waarin hij actief was, werkte hij aan talloze projecten. Van soms weinig opvallende arbeiderswoningen tot statige herenhuizen; van eenvoudige winkelpanden tot imposante fabrieksgebouwen; gebouwen voor ontspanning en voor ontwikkeling, en veel meer. Sommige domineren het stadsbeeld, zoals het Volkshuis op de Apothekersdijk en de meelfabriek De Sleutels aan de Zijlsingel. En zelfs de grootste Leidse monumenten, de Pieters- en Hooglandse Kerk, ontkwamen niet aan zijn toegewijde en vakbekwame hand.

Zijn stijl was in eerste instantie sterk historiserend, vooral neorenaissance. Rond 1900 worden zijn ontwerpen strakker en lijken wel wat op die van Berlage. Op bouwtechnisch gebied was hij bijzonder innovatief, met name wat betreft het gebruik van gewapend beton.

Daarnaast was Mulder een maatschappelijk betrokken man, actief op vele fronten. Zonder direct op de voorgrond te treden drukte hij – een progressieve liberaal – ook op deze manier een stempel op Leiden in deze periode vol sociale en politieke verandering.

Op het eind van zijn leven werkte Mulder samen met B. Buurman (1883-1951). Buurman, in tegenstelling tot Mulder geen geboren Leidenaar,

zette het architectenbureau voort na Mulders overlijden. Hij bouwde niet zo veel als Mulder, maar het is wel bijna allemaal van bijzondere kwaliteit. Zijn stijl is overwegend expressief-modernistisch, maar we kunnen hem ook schetsen als een meester in het bouwen in baksteen.
Ook hij bouwde
veel arbeiderswoningen, waarvan die in Staalwijk wel de fraaiste zijn, en diverse fabrieksgebouwen, zoals het huidige Nieuwe Energie aan de Maresingel. De bekendste parels uit zijn werk zijn het voormalige Joodse weeshuis in de Roodenburgerstraat en het gebouw van sociëteit Amicitia, nu stadscafé Van der Werff.

Cor Smit vertelt op dinsdag 8 november over het leven en werk van deze twee beeldbepalende Leidse architecten. Hij doet dat vooral aan  de hand van de recente biografie van Mulder door Marcel Leechburch Auwers en Evelyn de Regt (waaraan hij ook zelf een bijdrage leverde) en de informatieve website over Buurman van diens kleindochter Fleur Gieben (Bernardbuurman.nl).

Hoewel oorspronkelijk sociaal en economisch historicus van de 19e en 20e eeuw, heeft Cor Smit zich ontwikkeld tot een veelzijdige Leidse stadshistoricus. Hij publiceerde over uiteenlopende onderwerpen de stad Leiden betreffende en is medesamensteller en schrijver van de Historische Canon van Leiden. Leiden in de 19e en 20e eeuw – de tijd van Mulder en Buurman – is wel zijn specialiteit gebleven.

Foto's: Het Leidse Volkshuis, 1899, W.C. Mulder  en  voormalig Joods Weeshuis, B. Buurman


Art Nouveau in Amsterdam, 11 oktober 2022

Art Nouveau in Amsterdam
Lezing door kunsthistoricus Max Put op dinsdag 11 oktober 2022 om 20.00 uur
Scheppingskerk, Van Poelgeestlaan 2, Leiderdorp

In veel gidsen en boeken over Nederlandse architectuur wordt Amsterdam vermeld als een stad waar nauwelijks Art Nouveau te vinden zou zijn. Sinds de publicatie van ‘Art Nouveau in Amsterdam’ van Max Put in 2020 is duidelijk geworden dat dit beeld niet klopt. Amsterdam heeft juist buitengewoon veel Art Nouveau  architectuur, die echter een heel eigen karakter heeft. In buurten die rond 1900 bebouwd werden, gaat het vooral om woonhuizen die vaak uitbundig zijn versierd met Art Nouveau tegelwerk. In het centrum van de stad zijn het met name Art Nouveau winkel- en bedrijfspanden, ontworpen door architecten als Gerrit van Arkel en Eduard Cuypers. Maar er zijn ook argumenten om de beurs van Berlage als Amsterdamse Art Nouveau te bestempelen. Veel decoraties van het gebouw zijn immers ontleend aan de natuur en het gebouw werd een ‘totaalkunstwerk’, met bijdragen van onder andere Jan Toorop, die internationaal erkend wordt als een van de belangrijkste pioniers van de Art Nouveau. Tijd voor een lezing over dit onderwerp door de auteur van het boek, Max Put, die een boeiend overzicht zal geven van de veelvormigheid van de Amsterdamse Art Nouveau.  

 

Kunsthistoricus Max Put is afgestudeerd in Leiden (2000), vakgroep Kunstgeschiedenis, op een studie naar de rol van verzamelaars en kunsthandel in de verspreiding van het Japonisme in de late 19e en vroege 20e eeuw, in 2000 gepubliceerd als ‘Plunder and Pleasure. Japanese Art in the West 1870-1930’, (Hotei Publishing, Brill, 2000).
Sinds 2007 is hij als zelfstandig kunsthistoricus en docent kunst- en architectuurgeschiedenis werkzaam voor o.a. de Vrije Academie in Amsterdam en andere organisaties op het gebied van cultuureducatie. In oktober 2020 verscheen ‘Art Nouveau in Amsterdam’ (uitgeverij Stokerkade), dat inmiddels in zijn derde druk is.